Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
Onze Minister zendt binnen zes jaar na de inwerkingtreding van deze wet, en vervolgens uiterlijk iedere zes jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over het functioneren van Stichting Nuffic.