1.
Artikel 2, zesde lid, van de Wet college voor toetsen en examensen
artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten 2013, zoals deze artikelen luidden op de dag voor inwerkingtreding van artikelen VIIIen IXvan deze wet, blijven voor zover het betreft het aanbieden van de centrale eindtoets, bedoeld in de
artikelen 9b van de Wet op het primair onderwijsen
18b van de Wet op de expertisecentra, van toepassing in het schooljaar waarin de artikelen VIII en IX van deze wet in werking zijn getreden.
2. Andere eindtoetsen die op grond van
artikel 9b, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijsen
artikel 18b, achtste lid, van de Wet op de expertisecentra, zoals deze artikelen luidden op de dag voor inwerkingtreding van de artikelen Ien IIIvan deze wet, door Onze Minister zijn toegelaten en waarvan de periode van toelating loopt tot na de inwerkingtreding van de artikelen I en III van deze wet, worden geacht erkend te zijn op grond van
artikel 3a, eerste lid, onderdeel a, van de Wet College voor toetsen en examens.
3. Toetsen die voldoen aan het kwaliteitsoordeel van een door Onze Minister aangewezen onafhankelijke commissie, bedoeld in
artikel 8, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijsen
artikel 11, achtste lid, van de Wet op de expertisecentra, zoals deze artikelen luidden op de dag voor inwerkingtreding van de artikelen Ien IIIvan deze wet, worden tot tien jaar na afgifte van het kwaliteitsoordeel geacht erkend te zijn op grond van
artikel 3a, eerste lid, onderdeel c, van de Wet College voor toetsen en examens.