Artikel 1
1. In dit besluit wordt verstaan onder:
a. bewindspersoon: Minister van Defensie of Staatssecretaris van Defensie, afhankelijk van wie het aangaat;
b. mandaat: de bevoegdheid om in naam van de bewindspersoon besluiten te nemen;
c. volmacht: de bevoegdheid om in naam van de bewindspersoon privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;
d. machtiging: de bevoegdheid om in naam van de bewindspersoon handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.
2. Voor de toepassing van dit besluit wordt begrepen onder:
a. krijgsmacht: de Defensiestaf, het Commando Zeestrijdkrachten, het Commando Landstrijdkrachten, het Commando Luchtstrijdkrachten, het Defensie Cybercommando en het (NLD) Special Operations Command en tevens de Defensie Materieel Organisatie, het Defensie Ondersteuningscommando en de Koninklijke Marechaussee voor zover het de verantwoordelijkheid betreft van de Minister van Defensie;
b. defensieonderdelen: het Commando Zeestrijdkrachten, het Commando Landstrijdkrachten, het Commando Luchtstrijdkrachten, het Commando Koninklijke Marechaussee, de Defensie Materieel Organisatie en het Defensie Ondersteuningscommando.
a. bewindspersoon: Minister van Defensie of Staatssecretaris van Defensie, afhankelijk van wie het aangaat;
b. mandaat: de bevoegdheid om in naam van de bewindspersoon besluiten te nemen;
c. volmacht: de bevoegdheid om in naam van de bewindspersoon privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;
d. machtiging: de bevoegdheid om in naam van de bewindspersoon handelingen te verrichten die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.
2. Voor de toepassing van dit besluit wordt begrepen onder:
a. krijgsmacht: de Defensiestaf, het Commando Zeestrijdkrachten, het Commando Landstrijdkrachten, het Commando Luchtstrijdkrachten, het Defensie Cybercommando en het (NLD) Special Operations Command en tevens de Defensie Materieel Organisatie, het Defensie Ondersteuningscommando en de Koninklijke Marechaussee voor zover het de verantwoordelijkheid betreft van de Minister van Defensie;
b. defensieonderdelen: het Commando Zeestrijdkrachten, het Commando Landstrijdkrachten, het Commando Luchtstrijdkrachten, het Commando Koninklijke Marechaussee, de Defensie Materieel Organisatie en het Defensie Ondersteuningscommando.