1. De commissie is bevoegd zich voor het inwinnen van inlichtingen rechtstreeks te wenden tot personen en instellingen en hen te verzoeken die medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de taakuitvoering van de commissie.
2. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid, het College van Procureurs-Generaal van het Openbaar Ministerie, en op grond van
artikel 31 van de Politiewet 2021, de Korpschef, verlenen de commissie de verlangde medewerking en toegang tot alle informatie die zij nodig heeft met inachtneming van het in artikel 7.2bedoelde protocol.
3. Bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid berustende STG. Confidentieel en hoger gerubriceerde informatie kan slechts worden ingezien op het ministerie.
4. Ambtenaren van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, het Openbaar Ministerie en de Nationale Politie, zijn verplicht om de leden van de commissie de verlangde medewerking te verlenen, voor zover deze samenhangt met hun ambtelijke taak.
5. De commissie zal zich over de aan haar geboden medewerking verantwoorden in haar eindrapport.