Artikel 1
1. Bij de beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een wateractiviteit op grond van artikel 8.84 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, worden de stroomschema’s doorlopen zoals die zijn opgenomen in het in de bijlagebij dit besluit opgenomen Toetsingskader waterkwaliteit.
2. Tenzij in het nationale waterprogramma toepassing wordt gegeven aan artikel 2.17, vierde lid, al dan niet in samenhang met het vijfde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, wordt een aanvraag uitsluitend ingewilligd als op grond van deze stroomschema’s, rekening houdend met de op grond daarvan eventueel te nemen aanvullende maatregelen, het oordeel gegeven wordt dat er ten gevolge van de aangevraagde handeling geen onacceptabele negatieve effecten zijn te verwachten op de fysisch-chemische of biologische kwaliteitselementen of op de chemische toestand van de betrokken oppervlaktewaterlichamen.
3. Op grond van artikel 5.34, eerste lid, van de Omgevingswetworden in elk geval de op basis van deze stroomschema’s nodige voorschriften aan de vergunning verbonden.
2. Tenzij in het nationale waterprogramma toepassing wordt gegeven aan artikel 2.17, vierde lid, al dan niet in samenhang met het vijfde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, wordt een aanvraag uitsluitend ingewilligd als op grond van deze stroomschema’s, rekening houdend met de op grond daarvan eventueel te nemen aanvullende maatregelen, het oordeel gegeven wordt dat er ten gevolge van de aangevraagde handeling geen onacceptabele negatieve effecten zijn te verwachten op de fysisch-chemische of biologische kwaliteitselementen of op de chemische toestand van de betrokken oppervlaktewaterlichamen.
3. Op grond van artikel 5.34, eerste lid, van de Omgevingswetworden in elk geval de op basis van deze stroomschema’s nodige voorschriften aan de vergunning verbonden.