Artikel 1
Voor de duur van het programma Pandemische Paraatheid Publieke Gezondheid heeft een programmadirecteur de bevoegdheid om in naam van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport besluiten te nemen en privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten voor zover deze betrekking hebben op het werkterrein van het programma, binnen de kaders van genoemde regelingen.