Artikel 1
1. Aan de korpschef van de politie wordt toestemming verleend politiegegevens te verstrekken aan de inspecteur en de ontvanger, bedoeld in hoofdstuk 2 van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003, teneinde in bewaring of in beslag genomen voorwerpen, waaronder contant geld, tijdig aan te kunnen wenden voor de heffing en invordering van belastingen als bedoeld in artikel 1 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen alsmede rechten bij invoer en rechten bij uitvoer als bedoeld in artikel 7:3 van de Algemene douanewetten aanzien van degene bij wie voorwerpen in bewaring of in beslag zijn genomen.
2. De in het eerste lid bedoelde politiegegevens betreffen uitsluitend gegevens die worden verwerkt ingevolge artikel 8 van de Wet politiegegevens, die betrekking hebben op in bewaring of in beslag genomen voorwerpen, waaronder contant geld, met een gezamenlijke waarde van 1.000 euro of meer, en op de personalia van de persoon bij wie deze voorwerpen in bewaring of in beslag zijn genomen.
2. De in het eerste lid bedoelde politiegegevens betreffen uitsluitend gegevens die worden verwerkt ingevolge artikel 8 van de Wet politiegegevens, die betrekking hebben op in bewaring of in beslag genomen voorwerpen, waaronder contant geld, met een gezamenlijke waarde van 1.000 euro of meer, en op de personalia van de persoon bij wie deze voorwerpen in bewaring of in beslag zijn genomen.