Van het bedrag in artikel 1genoemd van € 10,663 miljoen is € 3,612 miljoen bestemd voor de taken, bedoeld in artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wet langdurige zorg, € 5,317 miljoen bestemd voor de overige bij of krachtens die wetgeregelde taken van Wlz-uitvoerders en € 1,734 miljoen voor de Sociale verzekeringsbank.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2021.