1. De voorzitter wordt door de Minister van Defensie op voordracht van de Commandant der Strijdkrachten benoemd voor ten hoogste vijf jaar. Herbenoeming kan ten hoogste eenmaal plaatsvinden.
2. De voorzitter wordt op eigen verzoek door de Minister van Defensie ontslagen. Hij kan voorts door de Minister van Defensie worden geschorst en ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden.
3. De voorzitter ontvangt per vergadering een vergoeding overeenkomstig
artikel 2 van het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies.