Artikel 1
1. Aan de korpschef wordt toestemming gegeven politiegegevens te verstrekken aan een meldpunt dat is ingesteld door één of meerdere colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeester(s) van gemeente(n) gezamenlijk met het oog op de zorg voor maatschappelijke ondersteuning, bedoeld in artikel 2.1.1 van de Wet maatschappelijk ondersteuning, en/of met het oog op de handhaving van de openbare orde, bedoeld in artikel 172 van de Gemeentewet.
2. De in lid 1 bedoelde verstrekking van politiegegevens vindt slechts plaats indien dit noodzakelijk is voor:
a. het doen van meldingen over zorgwekkende situaties, al dan niet in combinatie met mogelijke/dreigende verstoring van de openbare orde, waarin burgers vermoedelijk zorg of ondersteuning nodig hebben met het oog op hun zelfredzaamheid of participatie en niet zelf om hulp vragen;
b. het beantwoorden van informatievragen met betrekking tot het onderzoeken en triëren, door het meldpunt, van meldingen die door de politie of derden zijn gedaan om noodzakelijke zorg of ondersteuning in gang te kunnen zetten;
c. het bieden van maatschappelijke ondersteuning in het kader van het ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving, het bieden van beschermd wonen en opvang.
3. De in het eerste lid bedoelde politiegegevens betreffen uitsluitend politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de artikelen 8en 13 van de Wet politiegegevens.
4. De verstrekking van de in het eerste lid bedoelde gegevens vindt slechts plaats als het opsporingsbelang zich hier niet tegen verzet.
2. De in lid 1 bedoelde verstrekking van politiegegevens vindt slechts plaats indien dit noodzakelijk is voor:
a. het doen van meldingen over zorgwekkende situaties, al dan niet in combinatie met mogelijke/dreigende verstoring van de openbare orde, waarin burgers vermoedelijk zorg of ondersteuning nodig hebben met het oog op hun zelfredzaamheid of participatie en niet zelf om hulp vragen;
b. het beantwoorden van informatievragen met betrekking tot het onderzoeken en triëren, door het meldpunt, van meldingen die door de politie of derden zijn gedaan om noodzakelijke zorg of ondersteuning in gang te kunnen zetten;
c. het bieden van maatschappelijke ondersteuning in het kader van het ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen zoveel mogelijk in de eigen leefomgeving, het bieden van beschermd wonen en opvang.
3. De in het eerste lid bedoelde politiegegevens betreffen uitsluitend politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de artikelen 8en 13 van de Wet politiegegevens.
4. De verstrekking van de in het eerste lid bedoelde gegevens vindt slechts plaats als het opsporingsbelang zich hier niet tegen verzet.