1. De commissie is bevoegd zich voor het inwinnen van inlichtingen rechtstreeks te wenden tot eenieder en eenieder te verzoeken die medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van het onderzoek.
2. Onder meer het Kabinet van de Koning, het Ministerie van Algemene Zaken, het Ministerie van Justitie en Veiligheid, het openbaar ministerie, het Ministerie van Buitenlandse Zaken en op grond van
artikel 31 van de Politiewet 2012, de korpschef, verlenen de commissie de verlangde medewerking en toegang tot alle informatie die de commissie nodig acht met inachtneming van het in artikel 7bedoelde protocol en de toepasselijke wet- en regelgeving.
3. De onder de verantwoordelijkheid van voornoemde instanties werkende personen zijn verplicht om de commissie de verlangde medewerking te verlenen, voor zover deze samenhangt met hun taak.
4. De commissie zal zich over de aan haar geboden medewerking verantwoorden in haar rapport.