BWBR0045555
Geldig vanaf 2022-01-01
Artikel 4.5
Besluit inburgering 2021
1. Een aanvraag tot verlenging van de voor de inburgeringsplichtige geldende termijn kan niet eerder worden ingediend dan zes maanden voor het verstrijken van die termijn. Onze Minister geeft binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag een beschikking.
2. In bijzondere gevallen die de inburgeringsplichtige betreffen, kan Onze Minister ambtshalve besluiten tot verlenging van de voor de inburgeringsplichtige geldende termijn. De beschikking wordt niet eerder gegeven dan zes maanden voor het verstrijken van die termijn.
3. In bijzondere gevallen die alle inburgeringsplichtigen of categorieën van inburgeringsplichtigen betreffen, kan Onze Minister ambtshalve besluiten tot verlenging van de voor de inburgeringsplichtige geldende termijn voor een bij ministeriële regeling te bepalen duur.
4. In de beschikking wordt de duur van de verlenging vermeld.
2. In bijzondere gevallen die de inburgeringsplichtige betreffen, kan Onze Minister ambtshalve besluiten tot verlenging van de voor de inburgeringsplichtige geldende termijn. De beschikking wordt niet eerder gegeven dan zes maanden voor het verstrijken van die termijn.
3. In bijzondere gevallen die alle inburgeringsplichtigen of categorieën van inburgeringsplichtigen betreffen, kan Onze Minister ambtshalve besluiten tot verlenging van de voor de inburgeringsplichtige geldende termijn voor een bij ministeriële regeling te bepalen duur.
4. In de beschikking wordt de duur van de verlenging vermeld.