BWBR0045555
Geldig vanaf 2022-01-01
Artikel 2.1
Besluit inburgering 2021
1. De inburgeringsplicht eindigt niet, indien de vreemdeling direct aansluitend op de periode waarin hij op grond van <a href="/wet/BWBR0044770/artikel/3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3, eerste lid, van de wet</a>inburgeringsplichtig was of op de termijn, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0011825/artikel/3.82" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.82, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000</a>, rechtmatig verblijf in de zin van <a href="/wet/BWBR0011823/artikel/8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8, onderdeel g of h, van de Vreemdelingenwet 2000</a>heeft verkregen.
2. De inburgeringsplicht wordt geacht niet te zijn geëindigd, indien de vreemdeling tussen twee tijdvakken waarin hij op grond van <a href="/wet/BWBR0044770/artikel/3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3, eerste lid, van de wet</a>inburgeringsplichtig was, gedurende een tijdvak van maximaal een jaar:
a. geen ingezetene in de zin van de Wet basisregistratie personen was;
b. in Nederland verbleef voor een tijdelijk doel; of
c. zijn werkzaamheden als geestelijke bedienaar, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de wet heeft onderbroken.
2. De inburgeringsplicht wordt geacht niet te zijn geëindigd, indien de vreemdeling tussen twee tijdvakken waarin hij op grond van <a href="/wet/BWBR0044770/artikel/3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3, eerste lid, van de wet</a>inburgeringsplichtig was, gedurende een tijdvak van maximaal een jaar:
a. geen ingezetene in de zin van de Wet basisregistratie personen was;
b. in Nederland verbleef voor een tijdelijk doel; of
c. zijn werkzaamheden als geestelijke bedienaar, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de wet heeft onderbroken.