1. Als medisch specialistische zorg als bedoeld in
artikel 1, eerste lid, van de wetwordt de volgende zorg aangewezen, voor zover die zorg wordt verleend door een arts, anders dan een huisarts, specialist ouderengeneeskunde of arts verstandelijk gehandicapten:
a. anesthesiologie;
b. cardiologie;
c. cardio-thoracale chirurgie;
d. dermatologie en venerologie;
e. heelkunde;
f. interne geneeskunde;
g. kaakchirurgie;
h. keel- neus- oorheelkunde;
i. kindergeneeskunde;
j. klinische genetica;
k. klinische geriatrie;
l. longziekten en tuberculose;
m. maag- darm- leverziekten;
n. medische microbiologie;
o. neurochirurgie;
p. neurologie;
q. nucleaire geneeskunde;
r. obstetrie en gynaecologie;
s. oogheelkunde;
t. orthopedie;
u. pathologie;
v. plastische chirurgie;
w. psychiatrie;
x. radiologie;
y. radiotherapie;
z. reumatologie;
aa. revalidatiegeneeskunde;
ab. sportgeneeskunde; of
ac. urologie.
2. Er is geen sprake van medisch specialistische zorg als bedoeld in
artikel 1, eerste lid, van de wetindien de zorg, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend in het kader van de huisartsenzorg en zonder dat de huisarts hierbij tot verwijzing overgaat.