BWBR0045528
Geldig vanaf 2024-06-15
Artikel 9.30
Omgevingsregeling
1. Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat de referentiepunten en de controlemeetpunten, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0041313/artikel/8.62i" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8.62i, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving</a>, worden aangewezen op basis van een schriftelijk advies van een door de vergunninghouder ingeschakelde deskundige.
2. Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat als referentiepunt of referentiepunten als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0041313/artikel/8.62i" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8.62i, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving</a>, een of meer meetpunten worden aangewezen die samen een betrouwbaar beeld geven van de concentratie van de betrokken stoffen in het grondwater in de nabijheid van de stortplaats zonder dat beïnvloeding van de stortplaats heeft plaatsgevonden.
3. Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat als controlemeetpunt of controlemeetpunten als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0041313/artikel/8.62i" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8.62i, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving</a>, een of meer meetpunten worden aangewezen in het toelaatbaar beïnvloede gebied, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0041313/artikel/8.62c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8.62c, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving</a>:
a. die samen een betrouwbaar beeld geven van de verspreiding van de betrokken stoffen; en
b. die zo gelegen zijn dat tijdig maatregelen kunnen worden getroffen om te voorkomen dat de concentratie van een stof buiten het toelaatbaar beïnvloede gebied gelijk is aan of groter is dan de signaalwaarde voor die stof, vermeerderd met de standaardwaarde voor die stof, bedoeld in bijlage XVIIIa bij het Besluit kwaliteit leefomgeving.
2. Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat als referentiepunt of referentiepunten als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0041313/artikel/8.62i" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8.62i, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving</a>, een of meer meetpunten worden aangewezen die samen een betrouwbaar beeld geven van de concentratie van de betrokken stoffen in het grondwater in de nabijheid van de stortplaats zonder dat beïnvloeding van de stortplaats heeft plaatsgevonden.
3. Aan een omgevingsvergunning worden voorschriften verbonden die inhouden dat als controlemeetpunt of controlemeetpunten als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0041313/artikel/8.62i" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8.62i, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving</a>, een of meer meetpunten worden aangewezen in het toelaatbaar beïnvloede gebied, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0041313/artikel/8.62c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8.62c, derde lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving</a>:
a. die samen een betrouwbaar beeld geven van de verspreiding van de betrokken stoffen; en
b. die zo gelegen zijn dat tijdig maatregelen kunnen worden getroffen om te voorkomen dat de concentratie van een stof buiten het toelaatbaar beïnvloede gebied gelijk is aan of groter is dan de signaalwaarde voor die stof, vermeerderd met de standaardwaarde voor die stof, bedoeld in bijlage XVIIIa bij het Besluit kwaliteit leefomgeving.