BWBR0045528
Geldig vanaf 2024-06-15
Artikel 7.35
Omgevingsregeling
Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het aanleggen en gebruiken van een open bodemenergiesysteem, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0041330/artikel/3.19" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.19, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving</a>, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
a. de capaciteit van de pomp in kubieke meters water per uur per put;
b. de hoeveelheid water die ten hoogste in de bodem wordt gebracht en de hoeveelheid grondwater die wordt onttrokken, in kubieke meters water per uur, etmaal, maand en jaar;
c. een beschrijving van de hydrologische en hydrothermische gevolgen van het in de bodem brengen van water en het onttrekken van grondwater;
d. de maximale temperatuur in graden Celsius van het water dat in de bodem wordt gebracht;
e. de coördinaten van elke put;
f. de diepte in meters van de onderkant en de bovenkant van de filters van elke put ten opzichte van het maaiveld en het Normaal Amsterdams Peil;
g. de lengte in meters van het effectieve filter in elke put;
h. de omvang van de behoefte aan warmte en koude waarin het bodemenergiesysteem zal voorzien in megawattuur per jaar;
i. de lozingsroute van het afvalwater; en
j. een verklaring van degene die het open bodemenergiesysteem ontwerpt of installeert over het energierendement dat het systeem zal behalen, uitgedrukt als SPF, dat wordt berekend volgens de formule: waarbij wordt verstaan onder: Qw: de hoeveelheid warmte per jaar in megawattuur die door het open bodemenergiesysteem wordt geleverd; Qk: de hoeveelheid koude per jaar in megawattuur die door het systeem wordt geleverd; E: de hoeveelheid elektriciteit per jaar in megawattuur die door het systeem wordt verbruikt; en G: de hoeveelheid gas per jaar in megawattuur die door het systeem wordt verbruikt.
a. de capaciteit van de pomp in kubieke meters water per uur per put;
b. de hoeveelheid water die ten hoogste in de bodem wordt gebracht en de hoeveelheid grondwater die wordt onttrokken, in kubieke meters water per uur, etmaal, maand en jaar;
c. een beschrijving van de hydrologische en hydrothermische gevolgen van het in de bodem brengen van water en het onttrekken van grondwater;
d. de maximale temperatuur in graden Celsius van het water dat in de bodem wordt gebracht;
e. de coördinaten van elke put;
f. de diepte in meters van de onderkant en de bovenkant van de filters van elke put ten opzichte van het maaiveld en het Normaal Amsterdams Peil;
g. de lengte in meters van het effectieve filter in elke put;
h. de omvang van de behoefte aan warmte en koude waarin het bodemenergiesysteem zal voorzien in megawattuur per jaar;
i. de lozingsroute van het afvalwater; en
j. een verklaring van degene die het open bodemenergiesysteem ontwerpt of installeert over het energierendement dat het systeem zal behalen, uitgedrukt als SPF, dat wordt berekend volgens de formule: waarbij wordt verstaan onder: Qw: de hoeveelheid warmte per jaar in megawattuur die door het open bodemenergiesysteem wordt geleverd; Qk: de hoeveelheid koude per jaar in megawattuur die door het systeem wordt geleverd; E: de hoeveelheid elektriciteit per jaar in megawattuur die door het systeem wordt verbruikt; en G: de hoeveelheid gas per jaar in megawattuur die door het systeem wordt verbruikt.