BWBR0045528
Geldig vanaf 2024-06-15
Artikel 7.148
Omgevingsregeling
1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bieden van gelegenheid voor het tanken van voertuigen of werktuigen met LNG, bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0041330/artikel/3.296" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 3.296</a>en <a href="/wet/BWBR0041330/artikel/3.297" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">3.297, aanhef en onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving</a>, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, onder a en b, verstrekt.
2. Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
a. het aantal opslagtanks voor LNG dat aanwezig is;
b. de coördinaten van het vulpunt van de opslagtank;
c. de reactietijd in seconden van de noodstopvoorziening;
d. een aanduiding of sprake is van ondervulling of bovenvulling;
e. een aanduiding of sprake is van verlading met een pomp; en
f. de gebruikte voordruk in kilopascal.
3. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bieden van gelegenheid voor het tanken van voertuigen of werktuigen met waterstof, bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0041330/artikel/3.296" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 3.296</a>en <a href="/wet/BWBR0041330/artikel/3.297" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">3.297, aanhef en onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving</a>, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
a. de coördinaten van: 1°. de tussenopslag, voor zover de waterstof wordt aangevoerd met een buisleiding of op de locatie wordt geproduceerd;
2°. het vulpunt van de opslagtank, voor zover de waterstof wordt aangevoerd met tanks; en
3°. de opslagtank;
1°. de tussenopslag, voor zover de waterstof wordt aangevoerd met een buisleiding of op de locatie wordt geproduceerd;
2°. het vulpunt van de opslagtank, voor zover de waterstof wordt aangevoerd met tanks; en
3°. de opslagtank;
b. als waterstof wordt opgeslagen: de hoeveelheid in kubieke meters die ten hoogste wordt opgeslagen; en
c. een beschrijving van de ongewone voorvallen als bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, onder a.
2. Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
a. het aantal opslagtanks voor LNG dat aanwezig is;
b. de coördinaten van het vulpunt van de opslagtank;
c. de reactietijd in seconden van de noodstopvoorziening;
d. een aanduiding of sprake is van ondervulling of bovenvulling;
e. een aanduiding of sprake is van verlading met een pomp; en
f. de gebruikte voordruk in kilopascal.
3. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bieden van gelegenheid voor het tanken van voertuigen of werktuigen met waterstof, bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0041330/artikel/3.296" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 3.296</a>en <a href="/wet/BWBR0041330/artikel/3.297" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">3.297, aanhef en onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving</a>, worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
a. de coördinaten van: 1°. de tussenopslag, voor zover de waterstof wordt aangevoerd met een buisleiding of op de locatie wordt geproduceerd;
2°. het vulpunt van de opslagtank, voor zover de waterstof wordt aangevoerd met tanks; en
3°. de opslagtank;
1°. de tussenopslag, voor zover de waterstof wordt aangevoerd met een buisleiding of op de locatie wordt geproduceerd;
2°. het vulpunt van de opslagtank, voor zover de waterstof wordt aangevoerd met tanks; en
3°. de opslagtank;
b. als waterstof wordt opgeslagen: de hoeveelheid in kubieke meters die ten hoogste wordt opgeslagen; en
c. een beschrijving van de ongewone voorvallen als bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, onder a.