BWBR0045528
Geldig vanaf 2024-06-15
Artikel 7.147
Omgevingsregeling
1. Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het exploiteren van een spoorwegemplacement, bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0041330/artikel/3.295a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 3.295a</a>en <a href="/wet/BWBR0041330/artikel/3.295b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">3.295b van het Besluit activiteiten leefomgeving</a>, worden de gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 7.22a, eerste lid, onder a en b, verstrekt.
2. Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
a. het aantal wagons met gevaarlijke stoffen dat per jaar het spoorwegemplacement aandoet;
b. de hoeveelheid gevaarlijke stoffen in kilogrammen die per ADR-klasse ten hoogste tegelijkertijd op het spoorwegemplacement aanwezig is; en
c. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om verontreiniging van de bodem te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken.
2. Bij de aanvraag worden ook de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
a. het aantal wagons met gevaarlijke stoffen dat per jaar het spoorwegemplacement aandoet;
b. de hoeveelheid gevaarlijke stoffen in kilogrammen die per ADR-klasse ten hoogste tegelijkertijd op het spoorwegemplacement aanwezig is; en
c. een beschrijving van de maatregelen die worden getroffen om verontreiniging van de bodem te voorkomen of, als dat niet mogelijk is, te beperken.