BWBR0045528
Geldig vanaf 2024-06-15
Artikel 4.7
Omgevingsregeling
1. De emissie van PM 10, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0041330/artikel/4.823" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4.823 van het Besluit activiteiten leefomgeving</a>, is gelijk aan de in bijlage Vvastgestelde emissiefactor voor PM 10, voor het in het dierenverblijf toegepaste huisvestingssysteem.
2. In afwijking van het eerste lid wordt de emissie van PM 10per dierplaats per jaar als volgt berekend:
a. als één aanvullende techniek wordt toegepast: met het voor die techniek in bijlage VI vastgestelde reductiepercentage en de in bijlage V vastgestelde emissiefactor voor PM10 volgens de formule: emissie van PM10 = emissiefactor PM10 huisvestingssysteem x (100% – verwijderingspercentage PM10 aanvullende techniek); en
b. als meer dan een aanvullende techniek wordt toegepast: met het volgens rekenmodel Vee-combistof berekende reductiepercentage voor de combinatie van aanvullende technieken volgens de volgende formule: emissie van PM10 = emissiefactor PM10 huisvestingssysteem x (100% – reductiepercentage PM10 aanvullende technieken).
3. Een aanvullende techniek die voor de reductie van PM 10een oliefilm aanbrengt met een leidingensysteem met sproeikoppen wordt niet gecombineerd met een andere aanvullende techniek die PM 10reduceert.
4. Als gebruik wordt gemaakt van een aanvullende techniek met een variabel reductiepercentage, wordt het reductiepercentage vastgesteld met het rekenmodel Vee-combistof op basis van de hoeveelheid ventilatielucht, in m 3/dier/u, die vanuit de stal door de aanvullende techniek gaat.
2. In afwijking van het eerste lid wordt de emissie van PM 10per dierplaats per jaar als volgt berekend:
a. als één aanvullende techniek wordt toegepast: met het voor die techniek in bijlage VI vastgestelde reductiepercentage en de in bijlage V vastgestelde emissiefactor voor PM10 volgens de formule: emissie van PM10 = emissiefactor PM10 huisvestingssysteem x (100% – verwijderingspercentage PM10 aanvullende techniek); en
b. als meer dan een aanvullende techniek wordt toegepast: met het volgens rekenmodel Vee-combistof berekende reductiepercentage voor de combinatie van aanvullende technieken volgens de volgende formule: emissie van PM10 = emissiefactor PM10 huisvestingssysteem x (100% – reductiepercentage PM10 aanvullende technieken).
3. Een aanvullende techniek die voor de reductie van PM 10een oliefilm aanbrengt met een leidingensysteem met sproeikoppen wordt niet gecombineerd met een andere aanvullende techniek die PM 10reduceert.
4. Als gebruik wordt gemaakt van een aanvullende techniek met een variabel reductiepercentage, wordt het reductiepercentage vastgesteld met het rekenmodel Vee-combistof op basis van de hoeveelheid ventilatielucht, in m 3/dier/u, die vanuit de stal door de aanvullende techniek gaat.