BWBR0045528
Geldig vanaf 2024-06-15
Artikel 4.36
Omgevingsregeling
Als plantensoorten waarvoor een fytosanitair certificaat als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0041313/artikel/3.70" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.70, onder a, van het Besluit kwaliteit leefomgeving</a>bij de Minister voor Natuur en Stikstof kan worden aangevraagd, worden aangewezen:
a. Apocynaceae: Pachypodium spp;
b. Cactaceae: de soorten, genoemd in bijlage B bij de cites-basisverordening;
c. Droseraceae: Dionaea muscipula;
d. Euphorbiaceae: de succulente soorten, genoemd in bijlage B bij de cites-basisverordening;
e. Liliaceae: de soorten Aloe, genoemd in bijlage B bij de cites-basisverordening;
f. Nepenthaceae: de soorten Nepenthes, genoemd in bijlage B bij de cites-basisverordening;
g. Orchidaceae: de soorten, genoemd in bijlage B bij de cites-basisverordening, de hybriden van de soorten Paphiopedilum; en
h. Sarraceniaceae: de soorten, genoemd in bijlage B bij de cites-basisverordening.
a. Apocynaceae: Pachypodium spp;
b. Cactaceae: de soorten, genoemd in bijlage B bij de cites-basisverordening;
c. Droseraceae: Dionaea muscipula;
d. Euphorbiaceae: de succulente soorten, genoemd in bijlage B bij de cites-basisverordening;
e. Liliaceae: de soorten Aloe, genoemd in bijlage B bij de cites-basisverordening;
f. Nepenthaceae: de soorten Nepenthes, genoemd in bijlage B bij de cites-basisverordening;
g. Orchidaceae: de soorten, genoemd in bijlage B bij de cites-basisverordening, de hybriden van de soorten Paphiopedilum; en
h. Sarraceniaceae: de soorten, genoemd in bijlage B bij de cites-basisverordening.