BWBR0045528
Geldig vanaf 2024-06-15
Artikel 4.34
Omgevingsregeling
1. Als organisaties als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0041330/artikel/11.104" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 11.104, derde lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving</a>die zijn belast met de afgifte van gesloten pootringen worden aangewezen:
a. Kleindier Liefhebbers Nederland, gevestigd te Utrecht;
b. Nederlandse Bond voor Vogelliefhebbers, gevestigd te Bergen op Zoom;
c. Parkieten Sociëteit, gevestigd te Arnhem;
d. Vereniging Aviornis International Nederland, gevestigd te Wijchen; en
e. Vereniging Belangenbehartiging Europese Cultuurvogel, gevestigd te Eindhoven.
2. De organisaties, bedoeld in het eerste lid, houden een administratie bij met gebruikmaking van een door de Minister voor Natuur en Stikstof beschikbaar gesteld automatiseringssysteem.
3. De administratie wordt bewaard gedurende een periode van ten minste vijf jaar en bevat per soort de volgende gegevens:
a. de soorten vogels waarvoor gesloten pootringen zijn aangevraagd;
b. als het gaat om gefokte vogels: 1°. het aantal verstrekte gesloten pootringen;
2°. de ringmaat; en
3°. de bijbehorende unieke nummers als bedoeld in artikel 4.35, tweede lid, onder b, en derde lid;
1°. het aantal verstrekte gesloten pootringen;
2°. de ringmaat; en
3°. de bijbehorende unieke nummers als bedoeld in artikel 4.35, tweede lid, onder b, en derde lid;
c. als het gaat om gefokte vogels behorende tot soorten die zijn opgenomen in bijlage A bij de cites-basisverordening: 1°. de gegevens onder b, onder 1° en 2°; en
2°. het aantal ouderparen;
1°. de gegevens onder b, onder 1° en 2°; en
2°. het aantal ouderparen;
d. de datum van toekenning van de gesloten pootringen; en
e. de noodzakelijke gegevens ter identificatie van de personen aan wie de gesloten pootringen zijn verstrekt.
4. De organisaties, bedoeld in het eerste lid, verschaffen de minister op verzoek, op een door de minister te bepalen wijze, alle informatie over de afgifte van gesloten pootringen.
a. Kleindier Liefhebbers Nederland, gevestigd te Utrecht;
b. Nederlandse Bond voor Vogelliefhebbers, gevestigd te Bergen op Zoom;
c. Parkieten Sociëteit, gevestigd te Arnhem;
d. Vereniging Aviornis International Nederland, gevestigd te Wijchen; en
e. Vereniging Belangenbehartiging Europese Cultuurvogel, gevestigd te Eindhoven.
2. De organisaties, bedoeld in het eerste lid, houden een administratie bij met gebruikmaking van een door de Minister voor Natuur en Stikstof beschikbaar gesteld automatiseringssysteem.
3. De administratie wordt bewaard gedurende een periode van ten minste vijf jaar en bevat per soort de volgende gegevens:
a. de soorten vogels waarvoor gesloten pootringen zijn aangevraagd;
b. als het gaat om gefokte vogels: 1°. het aantal verstrekte gesloten pootringen;
2°. de ringmaat; en
3°. de bijbehorende unieke nummers als bedoeld in artikel 4.35, tweede lid, onder b, en derde lid;
1°. het aantal verstrekte gesloten pootringen;
2°. de ringmaat; en
3°. de bijbehorende unieke nummers als bedoeld in artikel 4.35, tweede lid, onder b, en derde lid;
c. als het gaat om gefokte vogels behorende tot soorten die zijn opgenomen in bijlage A bij de cites-basisverordening: 1°. de gegevens onder b, onder 1° en 2°; en
2°. het aantal ouderparen;
1°. de gegevens onder b, onder 1° en 2°; en
2°. het aantal ouderparen;
d. de datum van toekenning van de gesloten pootringen; en
e. de noodzakelijke gegevens ter identificatie van de personen aan wie de gesloten pootringen zijn verstrekt.
4. De organisaties, bedoeld in het eerste lid, verschaffen de minister op verzoek, op een door de minister te bepalen wijze, alle informatie over de afgifte van gesloten pootringen.