BWBR0045528
Geldig vanaf 2024-06-15
Artikel 4.27
Omgevingsregeling
1. Het verbod, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/5.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet</a>in samenhang met <a href="/wet/BWBR0041330/artikel/11.54" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 11.54, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving</a>, om zonder omgevingsvergunning in het wild levende zoogdieren van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder A, bij dat besluit, opzettelijk te doden of te vangen geldt niet als deze flora- en fauna-activiteiten door grondgebruikers worden verricht om de volgende schadeveroorzakende dieren te bestrijden als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0041330/artikel/11.57" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">11.57, onder b, van dat besluit</a>:
a. het konijn (Oryctolagus cuniculus); of
b. de vos (Vulpes vulpes).
2. Het eerste lid geldt alleen als:
a. het bestrijden gebeurt op door de grondgebruiker gebruikte gronden, of in of aan door hem gebruikte opstallen, om schade die in het lopende of daarop volgende jaar dreigt op te treden op deze gronden, in of aan deze opstallen, of in het omringende gebied te voorkomen;
b. de schade, bedoeld onder a, is aan te merken als: 1°. schade aan de flora of fauna, of natuurlijke habitats; of
2°. schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; en
1°. schade aan de flora of fauna, of natuurlijke habitats; of
2°. schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; en
c. wordt voldaan aan de in artikel 4.28 gestelde eisen en beperkingen.
a. het konijn (Oryctolagus cuniculus); of
b. de vos (Vulpes vulpes).
2. Het eerste lid geldt alleen als:
a. het bestrijden gebeurt op door de grondgebruiker gebruikte gronden, of in of aan door hem gebruikte opstallen, om schade die in het lopende of daarop volgende jaar dreigt op te treden op deze gronden, in of aan deze opstallen, of in het omringende gebied te voorkomen;
b. de schade, bedoeld onder a, is aan te merken als: 1°. schade aan de flora of fauna, of natuurlijke habitats; of
2°. schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; en
1°. schade aan de flora of fauna, of natuurlijke habitats; of
2°. schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; en
c. wordt voldaan aan de in artikel 4.28 gestelde eisen en beperkingen.