BWBR0045528
Geldig vanaf 2024-06-15
Artikel 4.19
Omgevingsregeling
1. Als middelen als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0041330/artikel/11.44" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 11.44, vierde lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving</a>die zijn toegestaan voor het bestrijden van de Canadese gans (Branta Canadensis en Branta hutchinsii hutchinsii), de houtduif (Columba palumbus), de kauw (Corvus monedula) en de zwarte kraai (Corvus corone corone) worden aangewezen:
a. geweren;
b. honden, met uitzondering van lange honden; en
c. aantoonbaar gefokte haviken (Accipiter gentilis), slechtvalken (Falco peregrinus) en woestijnbuizerds.
2. Als methoden als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0041330/artikel/11.44" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 11.44, vierde lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving</a>die mogen worden gebruikt voor het bestrijden van vogels van de soorten, bedoeld in het eerste lid, worden aangewezen:
a. het vangen of doden met gebruikmaking van niet-levende lokvogels;
b. het vangen of doden met gebruikmaking van een middel waarmee lokgeluiden kunnen worden gemaakt; en
c. het vangen of doden met gebruikmaking van lokvoer, dat niet vergiftigd of verdovend is.
3. De aangewezen middelen worden niet gebruikt op zondagen, de nieuwjaarsdag, de tweede paasdag, de Hemelvaartsdag, de tweede pinksterdag en de beide kerstdagen.
a. geweren;
b. honden, met uitzondering van lange honden; en
c. aantoonbaar gefokte haviken (Accipiter gentilis), slechtvalken (Falco peregrinus) en woestijnbuizerds.
2. Als methoden als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0041330/artikel/11.44" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 11.44, vierde lid, onder a, van het Besluit activiteiten leefomgeving</a>die mogen worden gebruikt voor het bestrijden van vogels van de soorten, bedoeld in het eerste lid, worden aangewezen:
a. het vangen of doden met gebruikmaking van niet-levende lokvogels;
b. het vangen of doden met gebruikmaking van een middel waarmee lokgeluiden kunnen worden gemaakt; en
c. het vangen of doden met gebruikmaking van lokvoer, dat niet vergiftigd of verdovend is.
3. De aangewezen middelen worden niet gebruikt op zondagen, de nieuwjaarsdag, de tweede paasdag, de Hemelvaartsdag, de tweede pinksterdag en de beide kerstdagen.