BWBR0045528
Geldig vanaf 2024-06-15
Artikel 4.18
Omgevingsregeling
1. Het verbod, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/5.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet</a>in samenhang met <a href="/wet/BWBR0041330/artikel/11.37" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 11.37, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving</a>, om zonder omgevingsvergunning van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn opzettelijk te doden of opzettelijk te vangen, en om die vogels opzettelijk te storen geldt niet als deze flora- en fauna-activiteiten door grondgebruikers worden verricht om de volgende schadeveroorzakende vogels te bestrijden, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0041330/artikel/11.43" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">11.43, eerste lid, onder b, van dat besluit</a>:
a. de Canadese gans (Branta Canadensis en Branta hutchinsii hutchinsii);
b. de houtduif (Columba palumbus);
c. de kauw (Corvus monedula); of
d. de zwarte kraai (Corvus corone corone).
2. Het eerste lid geldt alleen als:
a. het bestrijden gebeurt op door de grondgebruiker gebruikte gronden, of in of aan door hem gebruikte opstallen, om schade die in het lopende of daarop volgende jaar dreigt op te treden op die gronden, in of aan die opstallen of in het omringende gebied te voorkomen;
b. de schade, bedoeld onder a, is aan te merken als: 1°. belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij, of wateren; of
2°. schade aan flora of fauna; en
1°. belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij, of wateren; of
2°. schade aan flora of fauna; en
c. wordt voldaan aan artikel 4.19.
a. de Canadese gans (Branta Canadensis en Branta hutchinsii hutchinsii);
b. de houtduif (Columba palumbus);
c. de kauw (Corvus monedula); of
d. de zwarte kraai (Corvus corone corone).
2. Het eerste lid geldt alleen als:
a. het bestrijden gebeurt op door de grondgebruiker gebruikte gronden, of in of aan door hem gebruikte opstallen, om schade die in het lopende of daarop volgende jaar dreigt op te treden op die gronden, in of aan die opstallen of in het omringende gebied te voorkomen;
b. de schade, bedoeld onder a, is aan te merken als: 1°. belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij, of wateren; of
2°. schade aan flora of fauna; en
1°. belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij, of wateren; of
2°. schade aan flora of fauna; en
c. wordt voldaan aan artikel 4.19.