BWBR0045528
Geldig vanaf 2024-06-15
Artikel 4.14a
Omgevingsregeling
1. De terugverdientijd van maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0041330/artikel/5.15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5.15, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving</a>wordt bepaald volgens de in bijlage XVopgenomen rekenmethodiek.
2. In afwijking van het eerste lid wordt de terugverdientijd van maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0041330/artikel/5.15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5.15, eerste lid, van het Besluit activiteiten</a>leefomgeving bepaald volgens de in bijlage XVaopgenomen rekenmethodiek als sprake is van:
a. een activiteit als bedoeld in artikel 3.205 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of
b. een activiteit als bedoeld in artikel 3.211 van het Besluit activiteiten leefomgeving waarbij gebruik wordt gemaakt van het tarief, bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag.
3. Bij het berekenen van de hoeveelheid aardgasequivalent, bedoeld in bijlage XVen de <a href="/wet/BWBR0041330/artikel/3.3a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 3.3a, derde lid</a>, <a href="/wet/BWBR0041330/artikel/5.15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5.15, derde lid, onder a</a>, <a href="/wet/BWBR0041330/artikel/5.15a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5.15a, eerste lid, onder e</a>, en <a href="/wet/BWBR0041330/artikel/5.15b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5.15b, tweede lid, onder d, van het Besluit activiteiten leefomgeving</a>worden de volgende waarden gehanteerd:
a. 1 liter huisbrandolie komt overeen met 1,2 Nm3 aardgasequivalent;
b. 1 ton stookolie komt overeen met 1300 Nm3 aardgasequivalent;
c. 1 ton steenkool komt overeen met 925 Nm3 aardgasequivalent;
d. 1 liter vloeibaar propaan komt overeen met 0,73 Nm3 aardgasequivalent;
e. 1 m3 niet-Gronings aardgas komt overeen met X m3 aardgasequivalent, waarbij X wordt berekend door de onderste verbrandingswaarde in MJ/m3 van het ingezette aardgas te delen door 31,65 MJ/m3;
f. 1 GJ warmte komt overeen met 31,6 Nm3 aardgasequivalent;
g. 1 liter diesel komt overeen met 1,13 Nm3 aardgasequivalent; en
h. 1 liter benzine komt overeen met 1,04 Nm3 aardgasequivalent.
4. Als een brandstof wordt gebruikt die niet is opgenomen in het tweede lid, wordt de hoeveelheid aardgasequivalent per eenheid bepaald door de onderste verbrandingswaarde van deze stof in MJ per eenheid gewicht of volume te delen door 31,65 MJ/Nm 3.
5. De emissie van kooldioxide van maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0041330/artikel/5.15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5.15, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving</a>wordt bepaald volgens de in bijlage XVof bijlage XVaopgenomen regels.
2. In afwijking van het eerste lid wordt de terugverdientijd van maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0041330/artikel/5.15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5.15, eerste lid, van het Besluit activiteiten</a>leefomgeving bepaald volgens de in bijlage XVaopgenomen rekenmethodiek als sprake is van:
a. een activiteit als bedoeld in artikel 3.205 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of
b. een activiteit als bedoeld in artikel 3.211 van het Besluit activiteiten leefomgeving waarbij gebruik wordt gemaakt van het tarief, bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de Wet belastingen op milieugrondslag.
3. Bij het berekenen van de hoeveelheid aardgasequivalent, bedoeld in bijlage XVen de <a href="/wet/BWBR0041330/artikel/3.3a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 3.3a, derde lid</a>, <a href="/wet/BWBR0041330/artikel/5.15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5.15, derde lid, onder a</a>, <a href="/wet/BWBR0041330/artikel/5.15a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5.15a, eerste lid, onder e</a>, en <a href="/wet/BWBR0041330/artikel/5.15b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5.15b, tweede lid, onder d, van het Besluit activiteiten leefomgeving</a>worden de volgende waarden gehanteerd:
a. 1 liter huisbrandolie komt overeen met 1,2 Nm3 aardgasequivalent;
b. 1 ton stookolie komt overeen met 1300 Nm3 aardgasequivalent;
c. 1 ton steenkool komt overeen met 925 Nm3 aardgasequivalent;
d. 1 liter vloeibaar propaan komt overeen met 0,73 Nm3 aardgasequivalent;
e. 1 m3 niet-Gronings aardgas komt overeen met X m3 aardgasequivalent, waarbij X wordt berekend door de onderste verbrandingswaarde in MJ/m3 van het ingezette aardgas te delen door 31,65 MJ/m3;
f. 1 GJ warmte komt overeen met 31,6 Nm3 aardgasequivalent;
g. 1 liter diesel komt overeen met 1,13 Nm3 aardgasequivalent; en
h. 1 liter benzine komt overeen met 1,04 Nm3 aardgasequivalent.
4. Als een brandstof wordt gebruikt die niet is opgenomen in het tweede lid, wordt de hoeveelheid aardgasequivalent per eenheid bepaald door de onderste verbrandingswaarde van deze stof in MJ per eenheid gewicht of volume te delen door 31,65 MJ/Nm 3.
5. De emissie van kooldioxide van maatregelen ter verduurzaming van het energiegebruik, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0041330/artikel/5.15" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5.15, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving</a>wordt bepaald volgens de in bijlage XVof bijlage XVaopgenomen regels.