BWBR0045528
Geldig vanaf 2024-06-15
Artikel 3.59
Omgevingsregeling
1. De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur draagt zorg voor het opnemen van stikstofdepositieruimte in AERIUS Register die ontstaat door:
a. een maatregel als bedoeld in artikel 3.58, eerste lid, onder a, b en c; en
b. een maatregel als bedoeld in artikel 3.58, tweede lid, voor zover deze niet door een ander bestuursorgaan is aangemerkt als maatregel als bedoeld in artikel 3.58, eerste lid, onder d, aanhef en onder 1° tot en met 5°.
2. De ministers die het aangaat dragen zorg voor het opnemen van stikstofdepositieruimte in AERIUS Register die ontstaat door een maatregel als bedoeld in artikel 3.58, eerste lid, onder d, aanhef en onder 1° tot en met 4°.
3. Gedeputeerde staten dragen zorg voor het opnemen van stikstofdepositieruimte in AERIUS Register die ontstaat door een maatregel als bedoeld in artikel 3.58, eerste lid, onder d, aanhef en onder 5°.
4. De ministers die het aangaat en gedeputeerde staten kunnen stikstofdepositieruimte in AERIUS Register opnemen waarvan vervolgens ten hoogste 0,05 mol stikstof per hectare per jaar kan worden gebruikt in een besluit waarbij een project wordt toegestaan als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0041313/artikel/8.74e" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8.74e van het Besluit kwaliteit leefomgeving</a>, als de stikstofdepositieruimte ontstaat door een maatregel als bedoeld in artikel 3.58.
a. een maatregel als bedoeld in artikel 3.58, eerste lid, onder a, b en c; en
b. een maatregel als bedoeld in artikel 3.58, tweede lid, voor zover deze niet door een ander bestuursorgaan is aangemerkt als maatregel als bedoeld in artikel 3.58, eerste lid, onder d, aanhef en onder 1° tot en met 5°.
2. De ministers die het aangaat dragen zorg voor het opnemen van stikstofdepositieruimte in AERIUS Register die ontstaat door een maatregel als bedoeld in artikel 3.58, eerste lid, onder d, aanhef en onder 1° tot en met 4°.
3. Gedeputeerde staten dragen zorg voor het opnemen van stikstofdepositieruimte in AERIUS Register die ontstaat door een maatregel als bedoeld in artikel 3.58, eerste lid, onder d, aanhef en onder 5°.
4. De ministers die het aangaat en gedeputeerde staten kunnen stikstofdepositieruimte in AERIUS Register opnemen waarvan vervolgens ten hoogste 0,05 mol stikstof per hectare per jaar kan worden gebruikt in een besluit waarbij een project wordt toegestaan als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0041313/artikel/8.74e" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8.74e van het Besluit kwaliteit leefomgeving</a>, als de stikstofdepositieruimte ontstaat door een maatregel als bedoeld in artikel 3.58.