BWBR0045528
Geldig vanaf 2024-06-15
Artikel 3.58
Omgevingsregeling
1. Een maatregel voor het verkrijgen van stikstofdepositie als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0041313/artikel/10.25" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 10.25, derde lid van het Besluit kwaliteit leefomgeving</a>, waardoor stikstofdepositieruimte ontstaat, is in ieder geval:
a. de onomkeerbare sluiting van varkenshouderijlocaties op grond van artikel 4, eerste lid, van de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen;
b. de blijvende vermindering van de stikstofemissie, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Regeling provinciale aankoop veehouderijen nabij natuurgebieden zoals zij luidde tot 1 december 2022;
c. de blijvende vermindering van stikstofemissie door maatregelen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Regeling provinciale maatregelen PAS-melders 2024;
d. een maatregel waarvan kennis is gegeven overeenkomstig artikel 10.36dd van het Omgevingsbesluit, getroffen door, onder verantwoordelijkheid van, na afstemming met of op verzoek van: 1°. de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening;
2°. de Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
3°. de Minister van Klimaat en Groene Groei;
4°. de Minister van Defensie; en
5°. provinciale staten of gedeputeerde staten.
1°. de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening;
2°. de Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
3°. de Minister van Klimaat en Groene Groei;
4°. de Minister van Defensie; en
5°. provinciale staten of gedeputeerde staten.
2. Een maatregel als bedoeld in het eerste lid, onder d, die is afgestemd met een van de daar genoemde bestuursorganen kan ook een maatregel van een ander bestuursorgaan zijn die is genomen om stikstofdepositieruimte te verkrijgen.
3. Een maatregel als bedoeld in het eerste lid, onder d, is kan in ieder geval zijn:
a. de intrekking of wijziging van een toestemming voor een activiteit die stikstofdepositie veroorzaakt waardoor de stikstofdepositie door die activiteit vermindert; en
b. een wettelijk voorschrift of ander besluit dat leidt tot een vermindering van de stikstofdepositie door een toegestane activiteit.
4. In het derde lid, onder a, wordt verstaan onder toestemming:
a. een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit;
b. een ander op een Natura 2000-activiteit betrekking hebbend besluit voor het nemen waarvan de gevolgen van de activiteit voor de fysieke leefomgeving zijn beoordeeld; en
c. als een vergunning of besluit als bedoeld onder a of b ontbreekt en als de activiteit rechtmatig werd uitgevoerd op de datum waarop artikel 6, derde lid, van de habitatrichtlijn is gaan gelden voor het betrokken Natura 2000-gebied en sindsdien onafgebroken is uitgevoerd: de meest beperkende toestemming volgend uit: 1°. een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit;
2°. een melding als bedoeld in de hoofdstukken 2 tot en met 5 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of
3°. een ander op een Natura 2000-activiteit betrekking hebbend besluit of wettelijk voorschrift.
1°. een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit;
2°. een melding als bedoeld in de hoofdstukken 2 tot en met 5 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of
3°. een ander op een Natura 2000-activiteit betrekking hebbend besluit of wettelijk voorschrift.
a. de onomkeerbare sluiting van varkenshouderijlocaties op grond van artikel 4, eerste lid, van de Subsidieregeling sanering varkenshouderijen;
b. de blijvende vermindering van de stikstofemissie, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Regeling provinciale aankoop veehouderijen nabij natuurgebieden zoals zij luidde tot 1 december 2022;
c. de blijvende vermindering van stikstofemissie door maatregelen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Regeling provinciale maatregelen PAS-melders 2024;
d. een maatregel waarvan kennis is gegeven overeenkomstig artikel 10.36dd van het Omgevingsbesluit, getroffen door, onder verantwoordelijkheid van, na afstemming met of op verzoek van: 1°. de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening;
2°. de Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
3°. de Minister van Klimaat en Groene Groei;
4°. de Minister van Defensie; en
5°. provinciale staten of gedeputeerde staten.
1°. de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening;
2°. de Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
3°. de Minister van Klimaat en Groene Groei;
4°. de Minister van Defensie; en
5°. provinciale staten of gedeputeerde staten.
2. Een maatregel als bedoeld in het eerste lid, onder d, die is afgestemd met een van de daar genoemde bestuursorganen kan ook een maatregel van een ander bestuursorgaan zijn die is genomen om stikstofdepositieruimte te verkrijgen.
3. Een maatregel als bedoeld in het eerste lid, onder d, is kan in ieder geval zijn:
a. de intrekking of wijziging van een toestemming voor een activiteit die stikstofdepositie veroorzaakt waardoor de stikstofdepositie door die activiteit vermindert; en
b. een wettelijk voorschrift of ander besluit dat leidt tot een vermindering van de stikstofdepositie door een toegestane activiteit.
4. In het derde lid, onder a, wordt verstaan onder toestemming:
a. een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit;
b. een ander op een Natura 2000-activiteit betrekking hebbend besluit voor het nemen waarvan de gevolgen van de activiteit voor de fysieke leefomgeving zijn beoordeeld; en
c. als een vergunning of besluit als bedoeld onder a of b ontbreekt en als de activiteit rechtmatig werd uitgevoerd op de datum waarop artikel 6, derde lid, van de habitatrichtlijn is gaan gelden voor het betrokken Natura 2000-gebied en sindsdien onafgebroken is uitgevoerd: de meest beperkende toestemming volgend uit: 1°. een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit;
2°. een melding als bedoeld in de hoofdstukken 2 tot en met 5 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of
3°. een ander op een Natura 2000-activiteit betrekking hebbend besluit of wettelijk voorschrift.
1°. een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit;
2°. een melding als bedoeld in de hoofdstukken 2 tot en met 5 van het Besluit activiteiten leefomgeving; of
3°. een ander op een Natura 2000-activiteit betrekking hebbend besluit of wettelijk voorschrift.