BWBR0045528
Geldig vanaf 2024-06-15
Artikel 2.30d
Omgevingsregeling
De afstanden aan weerszijden van de bijzondere spoorweg en de afstanden langs de buitenzijde en binnenzijde van de boog, bedoeld in de artikelen 2.30ben 2.30c, gelden:
a. bij een spoorweg op maaiveldniveau: vanaf het hart van het buitenste spoor;
b. bij een ingegraven spoorweg: vanaf de bovenzijde van de ingraving; en
c. bij een opgehoogde spoorweg: vanaf de teen van het talud van de ophoging.
a. bij een spoorweg op maaiveldniveau: vanaf het hart van het buitenste spoor;
b. bij een ingegraven spoorweg: vanaf de bovenzijde van de ingraving; en
c. bij een opgehoogde spoorweg: vanaf de teen van het talud van de ophoging.