BWBR0045528
Geldig vanaf 2024-06-15
Artikel 15.2
Omgevingsregeling
1. Voor zwaveldioxide geldt een alarmeringswaarde van 500 μg/m 3als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren.
2. Voor stikstofdioxide geldt een alarmeringswaarde van 400 μg/m 3als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren.
3. Voor ozon gelden de volgende alarmeringswaarden:
a. 180 μg/m3 als uurgemiddelde concentratie; en
b. 240 μg/m3 als uurgemiddelde concentratie.
4. Voor PM 10gelden de volgende alarmeringswaarden:
a. 70 μg/m3 als daggemiddelde concentratie; en
b. 100 μg/m3 als daggemiddelde concentratie.
5. De alarmeringswaarden, bedoeld in het eerste, tweede en vierde lid, gelden in gebieden van ten minste 100 km 2of in een volledige agglomeratie of zone als bedoeld in artikel 2.38respectievelijk artikel 2.39.
2. Voor stikstofdioxide geldt een alarmeringswaarde van 400 μg/m 3als uurgemiddelde concentratie gedurende drie achtereenvolgende uren.
3. Voor ozon gelden de volgende alarmeringswaarden:
a. 180 μg/m3 als uurgemiddelde concentratie; en
b. 240 μg/m3 als uurgemiddelde concentratie.
4. Voor PM 10gelden de volgende alarmeringswaarden:
a. 70 μg/m3 als daggemiddelde concentratie; en
b. 100 μg/m3 als daggemiddelde concentratie.
5. De alarmeringswaarden, bedoeld in het eerste, tweede en vierde lid, gelden in gebieden van ten minste 100 km 2of in een volledige agglomeratie of zone als bedoeld in artikel 2.38respectievelijk artikel 2.39.