BWBR0045528
Geldig vanaf 2024-06-15
Artikel 12.20
Omgevingsregeling
1. Als het gaat om het bemonsteren van de concentratie van stikstofdioxide, PM 2,5en PM 10, lood, koolmonoxide en benzeen op locaties die sterk door het verkeer worden beïnvloed, ligt de inlaatbuis:
a. ten minste 25 m van de rand van grote kruispunten, waarbij de verkeersstroom wordt onderbroken en de uitstoot verschilt ten opzichte van het overige gedeelte van de weg; en
b. niet meer dan 10 m van de wegrand.
2. Als het gaat om het bemonsteren van concentraties van arseen, cadmium, nikkel en benzo(a)pyreen op locaties die sterk door het verkeer worden beïnvloed, ligt de inlaatbuis:
a. ten minste 25 m van de rand van grote kruispunten, waarbij de verkeersstroom wordt onderbroken en de uitstoot verschilt ten opzichte van het overige gedeelte van de weg;
b. ten minste 4 m van het midden van de dichtstbij gelegen rijbaan; en
c. op een locatie die representatief is voor de kwaliteit van de buitenlucht in de nabijheid van de rooilijn.
a. ten minste 25 m van de rand van grote kruispunten, waarbij de verkeersstroom wordt onderbroken en de uitstoot verschilt ten opzichte van het overige gedeelte van de weg; en
b. niet meer dan 10 m van de wegrand.
2. Als het gaat om het bemonsteren van concentraties van arseen, cadmium, nikkel en benzo(a)pyreen op locaties die sterk door het verkeer worden beïnvloed, ligt de inlaatbuis:
a. ten minste 25 m van de rand van grote kruispunten, waarbij de verkeersstroom wordt onderbroken en de uitstoot verschilt ten opzichte van het overige gedeelte van de weg;
b. ten minste 4 m van het midden van de dichtstbij gelegen rijbaan; en
c. op een locatie die representatief is voor de kwaliteit van de buitenlucht in de nabijheid van de rooilijn.