BWBR0045528
Geldig vanaf 2024-06-15
Artikel 12.10
Omgevingsregeling
In de zone midden, bedoeld in artikel 2.39, onder a, liggen ten minste de volgende aantallen monitoringspunten voor het meten van de concentraties van de daarbij genoemde stoffen:
a. drie voor zwaveldioxide;
b. acht voor stikstofdioxide;
c. acht voor PM10;
d. zeven voor PM2,5;
e. één voor lood;
f. drie voor koolmonoxide; en
g. zeven voor ozon, waarvan: 1°. één op de locatie waar de bevolking vermoedelijk aan de hoogste concentraties wordt blootgesteld; en
2°. vier ook voor stikstofdioxide worden gebruikt.
1°. één op de locatie waar de bevolking vermoedelijk aan de hoogste concentraties wordt blootgesteld; en
2°. vier ook voor stikstofdioxide worden gebruikt.
a. drie voor zwaveldioxide;
b. acht voor stikstofdioxide;
c. acht voor PM10;
d. zeven voor PM2,5;
e. één voor lood;
f. drie voor koolmonoxide; en
g. zeven voor ozon, waarvan: 1°. één op de locatie waar de bevolking vermoedelijk aan de hoogste concentraties wordt blootgesteld; en
2°. vier ook voor stikstofdioxide worden gebruikt.
1°. één op de locatie waar de bevolking vermoedelijk aan de hoogste concentraties wordt blootgesteld; en
2°. vier ook voor stikstofdioxide worden gebruikt.