Verboden voorwerpen als bedoeld in
artikel 22s, onder b, van de wet kunnen slechts aan boord van een luchtvaartuig worden gebracht indien:
a. deze verboden voorwerpen zodanig zijn verpakt dat onmiddellijk gebruik onmogelijk is;
b. deze verboden voorwerpen buiten het bereik van passagiers worden opgeborgen;
c. de Minister van Justitie en Veiligheid toestemming heeft verleend om het voorwerp mee te nemen;
d. de luchtvaartmaatschappij voordat de passagiers aan boord gaan van het luchtvaartuig informatie heeft ontvangen over de passagier die het betreffende voorwerp wil meenemen alsmede over het voorwerp zelf; en
e. de toepasselijke veiligheidsregels, bedoeld in de Regeling vervoer gevaarlijke stoffen door de lucht BES, worden nageleefd.