Artikel 1
1. De aan de hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid, als bevoegde autoriteit voor de loodsplichtige scheepvaartwegen in het zeehavengebied Rotterdam-Rijnmond – Zuid-Holland-achterland, in de artikelen 3, derde lid, aanhef en onder f, 5, eerste lid, 6, eerste lid, 8, aanhef en onder d, 11, eerste en tweede lid, 13, eerste lid, 14, eerste lid en tweede lid, 15, 16, 17, 18, tweede lid, aanhef en onder b, 20, 21, tweede lid, 22, tweede lid, van het Loodsplichtbesluit 2021, de artikelen 3, eerste, tweede, derde en vierde lid, 4, tweede en vierde lid, 34, vierde lid, 37, eerste en derde lid, en 38, aanhef en onder c, van de Loodsplichtregeling 2021, de artikelen 1.1, aanhef en onder rendez-vousreis, en 4.5, aanhef en onder a en c, van het Besluit markttoezicht registerloodsenen de artikelen 2.7, tweede en vijfde lid, en 2.8, vijfde lid, van het Besluit opleidingen en bevoegdheden nautische beroepsbeoefenarentoegekende bevoegdheden worden gemandateerd aan de volgende functionarissen werkzaam bij Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid:
a. de directeuren Netwerkontwikkeling, Netwerkmanagement en Bedrijfsvoering;
b. de districtshoofden Noord en Zuid.
2. De verlening van mandaat in lid 1 omvat tevens het opleggen van een bestuurlijke sanctie en het invorderen van een geldsom.
3. De verlening van mandaat in lid 1 omvat niet het beslissen op een bezwaarschrift.
4. Voor het verrichten van de aan de hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid, als bevoegde autoriteit voor de loodsplichtige scheepvaartwegen in het zeehavengebied Rotterdam-Rijnmond – Zuid-Holland-achterland, in de artikelen 7, eerste lid, tweede lid, aanhef en onder a, vijfde lid en zevende lid, 10, eerste, derde, vierde en vijfde lid, en 17 van het Loodsplichtbesluit 2021en de artikelen 2.5, derde lid, 2.6, aanhef en onder b, 2.7, vierde lid, en 2.8, tweede en vierde lid, van het Besluit opleidingen en bevoegdheden nautische beroepsbeoefenarentoebedeelde taken, die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn, wordt machtiging verleend aan de volgende functionarissen werkzaam bij Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid:
a. de directeuren Netwerkontwikkeling, Netwerkmanagement en Bedrijfsvoering;
b. de districtshoofden Noord en Zuid;
c. de adviseurs voor juridische zaken van de afdeling Werkenpakket en de adviseurs voor scheepvaartzaken van de afdeling Netwerkontwikkeling en Visie, voor zover het betreft de vertegenwoordiging bij geschillen.
5. De verlening van machtiging in lid 4 omvat tevens de behandeling van beroep en hoger beroep.
6. Bij de uitoefening van de in de leden 1, 2, 4 en 5 bedoelde bevoegdheden en taken zijn de artikelen 10, eerste lid, 11, tweede lid, en 12 tot en met 14 van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging Rijkswaterstaat 2013en de daarbij gegeven instructies van overeenkomstige toepassing.
a. de directeuren Netwerkontwikkeling, Netwerkmanagement en Bedrijfsvoering;
b. de districtshoofden Noord en Zuid.
2. De verlening van mandaat in lid 1 omvat tevens het opleggen van een bestuurlijke sanctie en het invorderen van een geldsom.
3. De verlening van mandaat in lid 1 omvat niet het beslissen op een bezwaarschrift.
4. Voor het verrichten van de aan de hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid, als bevoegde autoriteit voor de loodsplichtige scheepvaartwegen in het zeehavengebied Rotterdam-Rijnmond – Zuid-Holland-achterland, in de artikelen 7, eerste lid, tweede lid, aanhef en onder a, vijfde lid en zevende lid, 10, eerste, derde, vierde en vijfde lid, en 17 van het Loodsplichtbesluit 2021en de artikelen 2.5, derde lid, 2.6, aanhef en onder b, 2.7, vierde lid, en 2.8, tweede en vierde lid, van het Besluit opleidingen en bevoegdheden nautische beroepsbeoefenarentoebedeelde taken, die noch een besluit noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn, wordt machtiging verleend aan de volgende functionarissen werkzaam bij Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid:
a. de directeuren Netwerkontwikkeling, Netwerkmanagement en Bedrijfsvoering;
b. de districtshoofden Noord en Zuid;
c. de adviseurs voor juridische zaken van de afdeling Werkenpakket en de adviseurs voor scheepvaartzaken van de afdeling Netwerkontwikkeling en Visie, voor zover het betreft de vertegenwoordiging bij geschillen.
5. De verlening van machtiging in lid 4 omvat tevens de behandeling van beroep en hoger beroep.
6. Bij de uitoefening van de in de leden 1, 2, 4 en 5 bedoelde bevoegdheden en taken zijn de artikelen 10, eerste lid, 11, tweede lid, en 12 tot en met 14 van het Besluit mandaat, volmacht en machtiging Rijkswaterstaat 2013en de daarbij gegeven instructies van overeenkomstige toepassing.