1. Op een aanvraag die voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit overeenkomstig
artikel 3.108c, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000is ingediend, kan de in de
artikelen 3.108d,
3.109en
3.110 tot en met 3.116 van het Vreemdelingenbesluit 2000beschreven procedure worden toegepast indien nog geen aanmeldgehoor is afgenomen dan wel een gehoor is afgenomen dat voldoet aan het in artikel 3.108d, zesde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 bepaalde maar nog geen eerste gehoor is afgenomen als bedoeld in
artikel 3.112 van het Vreemdelingenbesluit 2000, zoals dat gold voor inwerkingtreding van dit besluit.
2.
Artikel 3.109, vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000is van toepassing. Voor zover nog niet is voldaan aan het bepaalde in
artikel 3.108d, tweede en derde liden artikel 3.109, vijfde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000, gebeurt dit alsnog.
3. Voor toepassing van
artikel 3.115, tweede lid, kan de vreemdeling voor aanvang van de procedure worden gevraagd naar een korte opgave van zijn asielmotieven als bedoeld in
artikel 3.108d, vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000onder de in artikel 3.108d, vijfde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 beschreven voorwaarden.
4. Indien op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit reeds een eerste gehoor is afgenomen als bedoeld in
artikel 3.112 van het Vreemdelingenbesluit 2000, zoals dat gold voor inwerkingtreding van dit besluit, gelden voor de behandeling van de aanvraag de bepalingen van het
Vreemdelingenbesluit 2000zoals deze luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit besluit.