De adviescommissie heeft tot taak na te gaan of er een juridische grondslag kan worden gevonden die ruimte geeft om gericht en uitsluitend de groep toenmalig rijksgenoten die leefde in Suriname in de periode 1957 tot 1975 en nu langere tijd woonachtig is in Nederland, tegemoet te komen voor hun onvolledige AOW-opbouw. De commissie wordt gevraagd te expliciteren welke risico’s hieraan verbonden zijn en te onderzoeken of er een objectieve rechtvaardiging bestaat om genoemde groep wel te compenseren en andere groepen met een AOW-gat niet.
1. De commissie brengt haar advies uit voor 1 juli 2021 aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
2. Na het uitbrengen van het advies is de commissie opgeheven.
De archiefbescheiden van de commissie worden na haar opheffing of, zo de omstandigheden daartoe eerder aanleiding geven, zoveel eerder, overgebracht naar het archief van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt vier weken na het uitbrengen van het advies.