Artikel 1
1. Aan de directeur-generaal Rijkswaterstaat wordt mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het nemen van besluiten, het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het verrichten van feitelijke handelingen die verband houden met de uitvoering van de Wet bescherming Antarctica, met uitzondering van paragraaf 7 van de Wet bescherming Antarctica.
2. Aan de directeur-generaal Rijkswaterstaat wordt tevens mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het behandelen van bezwaar- en beroepschriften gericht tegen besluiten als bedoeld in het eerste lid, waaronder het nemen van beslissingen op bezwaarschriften en het instellen van (hoger) beroep.
2. Aan de directeur-generaal Rijkswaterstaat wordt tevens mandaat, volmacht en machtiging verleend voor het behandelen van bezwaar- en beroepschriften gericht tegen besluiten als bedoeld in het eerste lid, waaronder het nemen van beslissingen op bezwaarschriften en het instellen van (hoger) beroep.