Artikel 1
De bijzondere opsporingsdienst, bedoeld in artikel 2, onder d, van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, wordt belast met de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde op de beleidsterreinen van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de Minister voor Medische Zorg en de Minister voor Rechtsbescherming voor zover die beleidsterreinen verband houden met de Jeugdwet, de Wet langdurige zorg, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Wet marktordening gezondheidszorgen de Zorgverzekeringswet.