1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
gevoelige planten: voor opplant bestemde planten met een stamdiameter van tenminste 1 centimeter op het dikste punt, met uitzondering van zaden, van Acer spp., Aesculus spp., Alnus spp., Betula spp., Carpinus spp., Cercidiphyllum spp., Corylus spp., Fagus spp., Fraxinus spp., Koelreuteria spp., Platanus spp., Populus spp., Salix spp. Tilia spp. en Ulmus spp.;
hout: hout, geheel of deels verkregen van de gevoelige planten, dat voldoet aan artikel 1, onder b, van uitvoeringsbesluit 2015/893;
houten verpakkingsmateriaal: verpakkingsmateriaal, geheel of deels verkregen van de gevoelige planten;
schadelijke organisme: Anoplophora glabripennis (Motschulsky);
uitvoeringsbesluit 2015/893: Uitvoeringsbesluit nr. 2015/893/EU van de Commissie van 9 juni 2015 betreffende maatregelen om het binnenbrengen en de verspreiding in de Unie van Anoplophora glabripennis (Motschulsky) te voorkomen (PbEU 2015, L 146).
2. Gevoelige planten afkomstig uit derde landen waarvan bekend is dat het schadelijke organisme er voorkomt, mogen slechts in de Europese Unie worden binnengebracht als:
a. zij voldoen aan de specifieke invoervoorschriften van bijlage II, rubriek 1, punt A, onder 1, bij uitvoeringsbesluit 2015/893; en
b. zij bij binnenkomst in de Europese Unie overeenkomstig bijlage II, rubriek 1, punt A, onder 2, bij uitvoeringsbesluit 2015/893 worden geïnspecteerd op de aanwezigheid van het schadelijke organisme en geen tekenen van aanwezigheid van dat schadelijke organisme zijn gevonden.
3. Hout afkomstig uit derde landen waarvan bekend is dat het schadelijke organisme er voorkomt, mag slechts in de Europese Unie worden binnengebracht als:
a. zij voldoet aan de specifieke invoervoorschriften van bijlage II, rubriek 1, punt B, onder 1 en 2, bij uitvoeringsbesluit 2015/893; en
b. zij bij binnenkomst in de Europese Unie overeenkomstig bijlage II, rubriek 1, punt B, onder 3, bij uitvoeringsbesluit 2015/893 wordt geïnspecteerd op de aanwezigheid van het schadelijke organisme en geen tekenen van aanwezigheid van dat schadelijke organisme zijn gevonden.
4. Gevoelige planten, van oorsprong afkomstig uit een overeenkomstig artikel 7 van uitvoeringsbesluit 2015/893 afgebakend gebied, mogen slechts worden vervoerd als zij voldoen aan de voorwaarden van bijlage II, rubriek 2, punt A, onder 1, bij uitvoeringsbesluit 2015/893.
5. Gevoelige planten die in een overeenkomstig artikel 7 van uitvoeringsbesluit 2015/893 afgebakend gebied zijn binnengebracht, mogen slechts worden vervoerd als zij voldoen aan de voorwaarden van bijlage II, rubriek 2, punt A, onder 2, bij uitvoeringsbesluit 2015/893.
6. Gevoelige planten afkomstig uit derde landen waarvan bekend is dat het schadelijke organisme er voorkomt, mogen slechts binnen de Europese Unie worden vervoerd als zij voldoen aan de voorwaarden van bijlage II, rubriek 2, punt A, onder 3, bij uitvoeringsbesluit 2015/893.
7. Hout, van oorsprong afkomstig uit een overeenkomstig artikel 7 van uitvoeringsbesluit 2015/893 afgebakend gebied, mag slechts worden vervoerd als het voldoet aan de voorwaarden van bijlage II, rubriek 2, punt B, onder 1 tot en met 3, bij uitvoeringsbesluit 2015/893.
8. Hout dat zijn natuurlijke ronde oppervlak geheel of gedeeltelijk heeft behouden en dat in een overeenkomstig artikel 7 van uitvoeringsbesluit 2015/893afgebakend gebied is binnengebracht, mag slechts worden vervoerd als zij voldoet aan de voorwaarden van bijlage II, rubriek 2, punt B, onder 1 en 3, bij uitvoeringsbesluit 2015/893.
9. Houten verpakkingsmateriaal, van oorsprong afkomstig uit een overeenkomstig artikel 7 van uitvoeringsbesluit 2015/893 afgebakend gebied, mag slechts worden vervoerd als het voldoet aan de voorwaarden van bijlage II, rubriek 2, punt C, bij uitvoeringsbesluit 2015/893.