1. De vergoeding die is verschuldigd voor de behandeling van een aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in
artikel 3 van de wet, voor zover deze gericht is op het organiseren van:
a. een incidenteel kansspel, waarbij de prijzen en premies gezamenlijk een grotere waarde hebben dan € 4.500 en deze waarde niet groter is dan € 50.000, bedraagt € 500;
b. een incidenteel kansspel, waarbij de prijzen en premies gezamenlijk een grotere waarde hebben dan € 50.000 en deze waarde niet groter is dan € 500.000, bedraagt € 4.100;
c. een incidenteel kansspel, waarbij de prijzen en premies gezamenlijk een grotere waarde hebben dan € 500.000, bedraagt € 24.000;
d. een niet-incidenteel kansspel, bedraagt € 28.000.
2. De vergoeding die is verschuldigd voor de behandeling van de aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in
artikel 4,
9,
14b,
27bof
27h van de wetbedraagt € 28.000.
3. De vergoeding die is verschuldigd voor de behandeling van de aanvraag tot verlening van een vergunning als bedoeld in
artikel 16en
24 van de wetbedraagt € 32.000.
4. De vergoeding die is verschuldigd voor de behandeling van een aanvraag tot wijziging van een vergunning als bedoeld in
artikel 3, voor zover deze betrekking heeft op een niet-incidenteel kansspel,
4,
9,
14b,
16,
24,
27bof
27h van de wetbedraagt:
a. € 100, voor zover de aanvraag is gericht op de wijziging van de tenaamstelling van de vergunning of de vermelding van gegevens met betrekking tot de vestigingsplaats, de rechtsvorm of andere zakelijke gegevens met betrekking tot de houder van de vergunning;
b. € 100, voor zover de aanvraag is gericht op de wijziging van ter zake relevante vergunningsvoorschriften met als doel de beperking van het toegestane kansspelaanbod;
c. € 8.000, voor zover de aanvraag is gericht op de wijziging van ter zake relevante vergunningvoorschriften met als doel de vervanging dan wel verruiming van het toegestane kansspelaanbod.