Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zendt binnen twee jaar nadat alle onderdelen van deze wet die
artikel 1.6, achtste en negende lid, van de Wet kinderopvangvaststellen of wijzigen in werking zijn getreden, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van artikel 1.6, achtste en negende lid, van de Wet Kinderopvang in de praktijk.