De in deze regeling gebruikte begrippen hebben dezelfde betekenis als in de
Regeling op het specifiek cultuurbeleid. Specifiek binnen deze regeling wordt verstaan onder:
1. bestuur: de directeur-bestuurder van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, als bedoeld in artikel 5 van de statuten;
2. creatieve industrie: het werkterrein van de disciplines vormgeving, architectuur en digitale cultuur inclusief mogelijke crossovers tussen deze disciplines.
3. vormgeving: tot het vakgebied vormgeving wordt gerekend: accessoire-ontwerp, animatie, bio design, food design, glasvormgeving, grafische vormgeving en visuele communicatie, illustratie, interactief en information design, interieur- en ruimtelijk ontwerp, keramiekvormgeving, lichtontwerp, modevormgeving, product-, meubel- en industriële vormgeving, scenografie, sieraadontwerp, social design, strip en graphic novel, tentoonstellingsontwerp, textielontwerp, typografie, en aanverwante activiteiten gericht op analyse, onderzoek en reflectie op deze terreinen;
4. professionele ontwerper: een ontwerper, vormgever of maker die zich beroepsmatig positioneert binnen het vakgebied vormgeving;
5. beschouwer: een schrijver, programmamaker of curator wiens werkzaamheden zich verhouden tot de creatieve industrie;
6. ontwerpbureau: een collectief of groep van professionele ontwerpers of makers die zich binnen een bureau dan wel studio beroepsmatig heeft georganiseerd en zich positioneert binnen de creatieve industrie;
7. culturele instelling of organisatie: een non-profit-, privaatrechtelijke rechtspersoon met een ondersteunende, producerende of initiërende functie binnen de creatieve industrie zoals een lab of werkplaats, een platform of een presentatieplek;
8. project: alle werkzaamheden voor een opzichzelfstaande, concreet omschreven activiteit, afgebakend in tijd en doel;
9. startsubsidie: een vorm van een projectsubsidie van maximaal € 7.500 voor de eerste voorbereidende of onderzoeksfase van een complex en/of omvangrijk project. De startsubsidie kan worden verleend voor het doen van (voor)onderzoek en het betrekken van kennis- en financiële partners. Op basis hiervan wordt een uitgewerkt projectvoorstel opgesteld voor het indienen van een aanvraag in een nieuw subsidietijdvak.
10. cofinanciering: aanvullende financiering in de vorm van een andere subsidie, sponsoring, investering of bijdrage, naast de gevraagde subsidie van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie;
11. subsidieplafond: het beschikbare bedrag binnen een subsidietijdvak.