Van het bedrag in artikel 1genoemd van € 13,043 miljoen is € 5,707 miljoen bestemd voor de taken, bedoeld in artikel 4.2.4, tweede lid, van de Wet langdurige zorg, € 3,686 miljoen bestemd voor de overige bij of krachtens die wetgeregelde taken van Wlz-uitvoerders en € 3,650 miljoen voor de Sociale verzekeringsbank.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2020.