1. In een procedure op basis van de
Wvggz en de
Wzd worden aan een rechtsbijstandverlener op grond van
artikel 14 Bvr en de
bijlage bij het Bvr vier punten toegekend.
2. In afwijking van het eerste lid worden aan een rechtsbijstandverlener in een procedure op grond van de
Wvggz vijf punten toegekend in het geval van een zorgmachtiging die aansluit op een voorafgaande zorgmachtiging zoals omschreven in de
artikelen 6:4 en
artikel 6:5, onder b en c, van de Wvggz.
3. In afwijking van het eerste lid worden aan een rechtsbijstandverlener in een procedure op grond van de
Wvggz zes punten toegekend in het geval van een zorgmachtiging die niet aansluit op een voorafgaande zorgmachtiging en niet aansluit op een crisismaatregel zoals omschreven in de
artikelen 6:4 en
artikel 6:5, onder a, van de Wvggz.
4. Ten behoeve van de berekening van de vergoeding worden de krachtens deze beleidsregel toegekende punten vermenigvuldigd met het basisbedrag, bedoeld in
artikel 3, eerste lid, van het Bvr.
5. De overige bepalingen van het
Bvr blijven onverminderd van toepassing.