Artikel 1
In afwijking van artikel 33b, vijfde lid, van het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren, maken raadsheren-plaatsvervangers en rechters-plaatsvervangers in de leeftijdscategorie van zeventig tot drieënzeventig jaar die op grond van artikel 3.3, eerste of tweede lid, van de Tweede Verzamelspoedwet COVID-19zijn benoemd en het ambt op basis van een aanwijzing vervullen, aanspraak op 36 bovenwettelijke vakantie-uren. De ingevolge de eerste volzin geldende aanspraak op vakantie wordt vermenigvuldigd met de voor de rechterlijk ambtenaar geldende arbeidsduurfactor.