BWBR0044063
Geldig vanaf 2024-01-01
Artikel 2.5
Aanvullingswet natuur Omgevingswet
1. Besluiten tot goedkeuring van faunabeheerplannen als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0037552/artikel/3.12" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.12, zevende lid, van de Wet natuurbescherming</a>die onherroepelijk zijn, gelden als besluiten tot goedkeuring als bedoeld in de regels, gesteld op grond van <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/8.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 8.1, tweede lid, van de Omgevingswet</a>.
2. Jachtakten als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0037552/artikel/3.26" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.26, eerste lid, onder a, van de Wet natuurbescherming</a>die onherroepelijk zijn, gelden als omgevingsvergunningen voor een jachtgeweeractiviteit als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/5.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5.1, eerste lid, onder f, van de Omgevingswet</a>.
3. Valkeniersakten als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0037552/artikel/3.30" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.30, eerste lid, van de Wet natuurbescherming</a>die onherroepelijk zijn, gelden als omgevingsvergunningen voor een valkeniersactiviteit als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/5.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5.1, eerste lid, onder g, van de Omgevingswet</a>.
4. Erkenningen van jachtexamens als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0037552/artikel/3.28" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.28, tweede lid, onderdeel a, van de Wet natuurbescherming</a>, examens voor het gebruik van jachtvogels als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0037552/artikel/3.30" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.30, tweede lid, van de Wet natuurbescherming</a>en examens voor het gebruik van eendenkooien als bedoeld in artikel 3.30, derde lid, van de Wet natuurbescherming die onherroepelijk zijn, gelden als erkenningen als bedoeld in de regels, gesteld op grond van <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/4.3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4.3</a>, in samenhang met <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/4.32" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4.32, van de Omgevingswet</a>.
5. Vergunningen en ontheffingen, verleend krachtens de Vogelwet 1936, de <a href="/wet/BWBR0002155" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Jachtwet</a>, <a href="/wet/BWBR0002611/artikel/25" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 25 van de Natuurbeschermingswet</a>of de Wet bedreigde uitheemse dier- en plantensoorten blijven van kracht voor de tijd dat zij zijn verleend. De <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/5.39" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 5.39</a>en <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/5.40" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5.40 van de Omgevingswet</a>zijn van overeenkomstige toepassing.
6. Een omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit wordt niet geweigerd als de aanvrager niet met gunstig gevolg een jachtexamen heeft afgelegd, als hem in de periode van 1 januari 1977 tot en met 31 maart 2002 een jachtakte als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0002155" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Jachtwet</a>is uitgereikt of als hem in de periode van 1 april 2002 tot en met 30 september 2004 een jachtakte als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0009640" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Flora- en faunawet</a>is uitgereikt onder het met gunstig gevolg behalen van een krachtens de Jachtwet erkend jachtexamen.
2. Jachtakten als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0037552/artikel/3.26" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.26, eerste lid, onder a, van de Wet natuurbescherming</a>die onherroepelijk zijn, gelden als omgevingsvergunningen voor een jachtgeweeractiviteit als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/5.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5.1, eerste lid, onder f, van de Omgevingswet</a>.
3. Valkeniersakten als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0037552/artikel/3.30" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.30, eerste lid, van de Wet natuurbescherming</a>die onherroepelijk zijn, gelden als omgevingsvergunningen voor een valkeniersactiviteit als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/5.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5.1, eerste lid, onder g, van de Omgevingswet</a>.
4. Erkenningen van jachtexamens als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0037552/artikel/3.28" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.28, tweede lid, onderdeel a, van de Wet natuurbescherming</a>, examens voor het gebruik van jachtvogels als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0037552/artikel/3.30" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 3.30, tweede lid, van de Wet natuurbescherming</a>en examens voor het gebruik van eendenkooien als bedoeld in artikel 3.30, derde lid, van de Wet natuurbescherming die onherroepelijk zijn, gelden als erkenningen als bedoeld in de regels, gesteld op grond van <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/4.3" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4.3</a>, in samenhang met <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/4.32" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 4.32, van de Omgevingswet</a>.
5. Vergunningen en ontheffingen, verleend krachtens de Vogelwet 1936, de <a href="/wet/BWBR0002155" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Jachtwet</a>, <a href="/wet/BWBR0002611/artikel/25" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 25 van de Natuurbeschermingswet</a>of de Wet bedreigde uitheemse dier- en plantensoorten blijven van kracht voor de tijd dat zij zijn verleend. De <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/5.39" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 5.39</a>en <a href="/wet/BWBR0037885/artikel/5.40" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">5.40 van de Omgevingswet</a>zijn van overeenkomstige toepassing.
6. Een omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit wordt niet geweigerd als de aanvrager niet met gunstig gevolg een jachtexamen heeft afgelegd, als hem in de periode van 1 januari 1977 tot en met 31 maart 2002 een jachtakte als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0002155" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Jachtwet</a>is uitgereikt of als hem in de periode van 1 april 2002 tot en met 30 september 2004 een jachtakte als bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0009640" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Flora- en faunawet</a>is uitgereikt onder het met gunstig gevolg behalen van een krachtens de Jachtwet erkend jachtexamen.