Artikel 1
De persoonlijke omstandigheden, bedoeld in artikel 8.1.7a, tweede lid, onderdeel a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs, zijn:
a. ziekte van de student;
b. handicap of chronische ziekte van de student;
c. zwangerschap en bevalling van de student;
d. bijzondere familieomstandigheden;
e. het lidmaatschap van de studentenraad, bedoeld in artikel 8a.1.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
f. andere dan in de onderdelen a tot en met f bedoelde persoonlijke omstandigheden die, indien zij door het bevoegd gezag niet in de beoordeling zouden worden betrokken, zouden leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
a. ziekte van de student;
b. handicap of chronische ziekte van de student;
c. zwangerschap en bevalling van de student;
d. bijzondere familieomstandigheden;
e. het lidmaatschap van de studentenraad, bedoeld in artikel 8a.1.2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
f. andere dan in de onderdelen a tot en met f bedoelde persoonlijke omstandigheden die, indien zij door het bevoegd gezag niet in de beoordeling zouden worden betrokken, zouden leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.