Artikel 1
1. In deze regeling wordt verstaan onder:
bestuur: bestuur van het Letterenfonds;
Letterenfonds: Stichting Nederlands Letterenfonds;
reserves: vrij besteedbaar vermogen, behorend tot: a. de algemene reserve; en
b. het stichtingskapitaal. lopende subsidie: subsidie verleend op grond van de Regeling meerjarige subsidies Nederlands Letterenfonds 2017-2020 of de Regeling literaire manifestaties en activiteiten, incidenteel en tweejarig, voor zover het betreft subsidies als bedoeld in artikel 4, onder b, van die regeling.
a. de algemene reserve; en
b. het stichtingskapitaal.
2. Onder eigen inkomsten worden in deze regeling de volgende baten, welke terug te vinden zijn in de jaarrekening aan de batenkant van de exploitatierekening, verstaan:
a. publieksinkomsten; en
b. overige inkomsten, zijnde: 1°. directe opbrengsten in de vorm van sponsorinkomsten en overige inkomsten;
2°. indirecte opbrengsten; en
3°. overige bijdragen.
1°. directe opbrengsten in de vorm van sponsorinkomsten en overige inkomsten;
2°. indirecte opbrengsten; en
3°. overige bijdragen.
3. Onder eigen inkomsten worden in elk geval niet begrepen de volgende baten:
a. subsidies die zijn verstrekt door een bestuursorgaan;
b. overige bijdragen uit publieke middelen;
c. rentebaten;
d. bijdragen in natura;
e. kapitalisatie van vrijwilligers;
f. waardering vrijkaarten; en
g. overige baten die geen relatie hebben met cultureel ondernemerschap.
bestuur: bestuur van het Letterenfonds;
Letterenfonds: Stichting Nederlands Letterenfonds;
reserves: vrij besteedbaar vermogen, behorend tot: a. de algemene reserve; en
b. het stichtingskapitaal. lopende subsidie: subsidie verleend op grond van de Regeling meerjarige subsidies Nederlands Letterenfonds 2017-2020 of de Regeling literaire manifestaties en activiteiten, incidenteel en tweejarig, voor zover het betreft subsidies als bedoeld in artikel 4, onder b, van die regeling.
a. de algemene reserve; en
b. het stichtingskapitaal.
2. Onder eigen inkomsten worden in deze regeling de volgende baten, welke terug te vinden zijn in de jaarrekening aan de batenkant van de exploitatierekening, verstaan:
a. publieksinkomsten; en
b. overige inkomsten, zijnde: 1°. directe opbrengsten in de vorm van sponsorinkomsten en overige inkomsten;
2°. indirecte opbrengsten; en
3°. overige bijdragen.
1°. directe opbrengsten in de vorm van sponsorinkomsten en overige inkomsten;
2°. indirecte opbrengsten; en
3°. overige bijdragen.
3. Onder eigen inkomsten worden in elk geval niet begrepen de volgende baten:
a. subsidies die zijn verstrekt door een bestuursorgaan;
b. overige bijdragen uit publieke middelen;
c. rentebaten;
d. bijdragen in natura;
e. kapitalisatie van vrijwilligers;
f. waardering vrijkaarten; en
g. overige baten die geen relatie hebben met cultureel ondernemerschap.