1. Artikel I, onderdelen A, onder 1, subonderdeel a, B, E, onder 1, subonderdeel a, en onder 2, subonderdeel b, en onder 3, F, onder 1, G, H, I, onder 1 en onder 2, subonderdelen b, c en d, J, K tot en met N, O, onder 1, Q, onder 1, subonderdeel b, onder 2, subonderdeel b, en R, treedt in werking met ingang van 1 januari 2020 of, indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2019, met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst.
2. De artikelen I, onderdelen A, onder 1, subonderdelen b tot en met d, onder 2 en 3, C, D, E, onder 1, subonderdelen b en c, en onder 2, subonderdeel a, F, onder 2, I, onder 2, subonderdeel a, Ja, O, onder 2, P, Q, onder 1, subonderdeel a, onder 2, subonderdeel a en onder 3, en S, en II, onderdelen A, onder 1, subonderdelen b en c, B, C, L, en Q, treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst.
3. De artikelen II, onderdelen A, onder 1, subonderdelen a en e, onder 2, D, onder 2 en onder 3, F, G, onder 2 en onder 3, H tot en met K, M, N, en R, en IIItreden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst. Indien het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 januari 2020, treden zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, en werken zij terug tot en met 31 januari 2020.
4. Artikel II, onderdelen A, onder 1, subonderdeel d, D, onder 1, E, G, onder 1, O, P en Qatreedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst.