Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. Nederland: grondgebied van het Nederlandse en het Caribische deel van Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba);
b. secretaris-generaal: secretaris-generaal van het Ministerie van Buitenlandse Zaken;
c. volmacht: bevoegdheid om namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor de Staat der Nederlanden privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;
d. machtiging: bevoegdheid om namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties handelingen te verrichten die noch een publiekrechtelijke, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn;
e. mandaat: bevoegdheid om namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties besluiten te nemen;
f. materieelbeheer: zorg voor het onderhoud en de instandhouding van onroerende zaken vanaf het moment van inbeheer- of ingebruikneming tot aan het moment van afstoting;
g. overtollig stellen: vaststellen dat een onroerende zaak van het Rijk niet langer benodigd is voor de uitvoering van een bij of krachtens wet aan een minister opgedragen taak of beleid.
a. Nederland: grondgebied van het Nederlandse en het Caribische deel van Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba);
b. secretaris-generaal: secretaris-generaal van het Ministerie van Buitenlandse Zaken;
c. volmacht: bevoegdheid om namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor de Staat der Nederlanden privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten;
d. machtiging: bevoegdheid om namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties handelingen te verrichten die noch een publiekrechtelijke, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn;
e. mandaat: bevoegdheid om namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties besluiten te nemen;
f. materieelbeheer: zorg voor het onderhoud en de instandhouding van onroerende zaken vanaf het moment van inbeheer- of ingebruikneming tot aan het moment van afstoting;
g. overtollig stellen: vaststellen dat een onroerende zaak van het Rijk niet langer benodigd is voor de uitvoering van een bij of krachtens wet aan een minister opgedragen taak of beleid.