BWBR0043425
Geldig vanaf 2020-04-25
Artikel 6 lid 1
Tijdelijke wet verlenging tijdelijke huurovereenkomsten
1. De verhuurder informeert de huurder tegelijk met het informeren over de dag waarop de huur verstrijkt als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/271" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 271, eerste lid, tweede zin, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek</a>schriftelijk over de mogelijkheden op grond van deze wet.
2. Indien een huurovereenkomst als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/249" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 249, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek</a>is verlengd met toepassing van deze wet vangt de termijn, bedoeld in dat lid aan op het tijdstip waarop de verlengde huurovereenkomst eindigt.
2. Indien een huurovereenkomst als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0005290/artikel/249" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 249, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek</a>is verlengd met toepassing van deze wet vangt de termijn, bedoeld in dat lid aan op het tijdstip waarop de verlengde huurovereenkomst eindigt.